Wie doet de lijkschouwing?
Bij een lijkschouwing wordt onderzocht of iemand een natuurlijke of een niet-natuurlijke dood is gestorven. In Nederland zijn hierbij twee rollen te onderscheiden:
- De behandelend arts. Dit is meestal de huisarts, of een arts in het ziekenhuis. Is de eigen arts niet beschikbaar, dan kan ook een waarnemend arts de schouw doen. De behandelend arts verricht in principe de eerste schouw.
- De gemeentelijk lijkschouwer. Dit is een gespecialiseerde forensisch arts. Deze wordt ingeschakeld zodra er twijfel is over een natuurlijke dood, of wanneer duidelijk is dat het om een niet-natuurlijke dood gaat.
Degene die een (vermoedelijk) overleden persoon aantreft, neemt contact op met een arts, zodat de schouw zo spoedig mogelijk kan plaatsvinden.
Wat onderzoekt de arts?
Voordat de lijkschouwing kan beginnen, stelt de arts eerst de dood vast. Vervolgens onderzoekt de arts de aard en de wijze van het overlijden. Dit gebeurt doorgaans aan de hand van de volgende stappen:
- De behandelend arts onderzoekt het lichaam en beoordeelt of er sprake is van een natuurlijke of een niet-natuurlijke doodsoorzaak.
- Is de arts ervan overtuigd dat het een natuurlijke dood betreft? Dan vult de arts een verklaring van overlijden in. De behandelend arts beslist hier zelf over.
- Twijfelt de arts, of zijn er aanwijzingen voor een niet-natuurlijke dood? Dan mag de behandelend arts geen verklaring van overlijden afgeven en schakelt hij de gemeentelijk lijkschouwer in.
Het onderzoek van de gemeentelijk lijkschouwer is doorgaans uitgebreider dan de eerste schouw, omdat het dan om complexere situaties gaat.
Niet-natuurlijke doodsoorzaak
Blijkt uit de schouw dat er geen sprake is van een natuurlijke dood, of blijft er twijfel bestaan? Dan worden de volgende stappen gezet:
- Het lichaam wordt van rechtswege ‘in beslag genomen’. Dit houdt in dat er aan het lichaam en de omgeving niets veranderd mag worden. Hiermee wordt voorkomen dat sporen van een mogelijk misdrijf, ongeval of behandelfout verloren gaan.
- De gemeentelijk lijkschouwer neemt het onderzoek over. In de praktijk wordt vaak ook de politie (forensische opsporing) erbij betrokken.
- Tijdens het onderzoek wordt bewijsmateriaal verzameld. Indien nodig kan besloten worden tot een obductie (autopsie), waarbij het lichaam uitwendig en inwendig wordt onderzocht.
- Stelt de gemeentelijk lijkschouwer een niet-natuurlijke dood vast, dan licht deze de officier van justitie in. De officier van justitie beslist vervolgens of er verder (strafrechtelijk) onderzoek moet komen.
Een niet-natuurlijke dood betekent overigens niet automatisch dat er een misdrijf in het spel is. Ook een ongeval of een val valt onder een niet-natuurlijke doodsoorzaak.
Euthanasie
Euthanasie geldt juridisch als een niet-natuurlijke dood. Daarom mag de behandelend arts hierbij geen verklaring van natuurlijk overlijden afgeven, en wordt altijd de gemeentelijk lijkschouwer ingeschakeld. Deze onderzoekt of de wettelijke zorgvuldigheidseisen voor euthanasie zijn gevolgd.
In de praktijk wordt de gemeentelijk lijkschouwer vaak al vooraf op de hoogte gebracht, zodat deze snel ter plaatse kan zijn. Pas nadat het onderzoek is afgerond en het lichaam is vrijgegeven, kan de verdere afwikkeling van de uitvaart plaatsvinden, zoals het opbaren en het regelen van de plechtigheid.
Lijkschouwing bij minderjarigen
Bij het overlijden van een minderjarige (jonger dan 18 jaar) gelden extra regels. De behandelend arts moet altijd eerst overleggen met de gemeentelijk lijkschouwer, ook wanneer de arts ervan overtuigd is dat het om een natuurlijke dood gaat. Pas na dit verplichte overleg mag een verklaring van overlijden worden afgegeven. De behandelend arts blijft degene die daarover beslist.
Is het overlijden onverklaard, maar zijn er geen aanwijzingen voor een niet-natuurlijke dood? Dan kan een nader onderzoek naar de doodsoorzaak plaatsvinden: de zogeheten NODOK-procedure (Nader Onderzoek DoodsOorzaak Kinderen). Dit onderzoek gebeurt alleen met toestemming van de ouders of voogd en kan helpen om meer duidelijkheid te krijgen over de doodsoorzaak.
Buitenland
Indien iemand in het buitenland overlijdt, kunnen de regels rondom de lijkschouwing afwijken van die in Nederland. Ook worden de kosten die komen kijken bij de lijkschouwing lang niet altijd vergoed door de zorg- of reisverzekeraar.