Schouwarts

Een schouwarts onderzoekt een sterfgeval en stelt vast of iemand inderdaad is overleden. Dit proces noemt men ook wel de lijkschouwing.

Bij de lijkschouwing onderzoekt de schouwarts of er sprake is van een natuurlijke doodsoorzaak. Als de arts hierover twijfelt, moeten er specifieke stappen ondernomen worden. Soms ligt de doodsoorzaak voor de hand, maar dit is lang niet altijd het geval.

Wie is de schouwarts?

Degene die het (vermoedelijke) lijk heeft gevonden, dient contact op te nemen met de schouwarts.

De schouwarts is vaak de behandelend arts. Dat kan de huisarts zijn of een arts in het ziekenhuis. Als de huisarts van de overledene niet beschikbaar is, kan ook een andere waarnemend arts de lijkschouwing doen.

Wat onderzoekt de schouwarts?

Voordat de lijkschouwing kan beginnen, moet de schouwarts eerst de dood vaststellen. Pas als dat gebeurt is, is er sprake van een lijk. Vervolgens dient de lijkschouwing zo spoedig mogelijk plaats te vinden. Dit gebeurt doorgaans aan de hand van de volgende stappen:

  1. De schouwarts onderzoekt de aard en de wijze van overlijden. Daarmee kan worden vastgesteld of er sprake is van een natuurlijke of niet-natuurlijke doodsoorzaak.
  2. Is er sprake van een natuurlijke doodsoorzaak? Dan zal arts een overlijdensverklaring invullen en kan de lijkschouwing worden vervolgd.
  3. Er wordt onderzocht wat de doodsoorzaak precies is geweest, bijvoorbeeld een hartstilstand. Een antwoord op deze vraag kan helpen bij de rouwverwerking.
  4. De lijkschouwing is nu meestal voltooid.

Niet-natuurlijke doodsoorzaak

Twijfelt de arts of er wel echt sprake is van een natuurlijke doodsoorzaak? Dan dienen er vervolgstappen ondernomen te worden:

  1. Het lijk wordt rechtswege ‘in beslag genomen’. Dit houdt in dat er aan het lichaam en de omgeving niets verandert mag worden. Hiermee wordt het risico beperkt dat sporen van een mogelijk misdrijf, ongeval of behandelfout worden gewist.
  2. Vervolgens volgt er een uitgebreider onderzoek naar de doodsoorzaak. Hierbij is een gemeentelijk lijkschouwer betrokken, maar vaak ook forensische opsporingsambtenaren van de recherche.
  3. Tijdens het onderzoek wordt er bewijsmateriaal verzameld en kan er, indien nodig, besloten worden om een autopsie (obductie) te verrichten. Het lichaam wordt dan uitgebreid van binnen en buiten onderzocht.
  4. De officier van Justitie wordt ingelicht en bepaald of er nog verder onderzoek moet komen. En of er rechterlijke stappen volgen.

Euthanasie

Omdat euthanasie een onnatuurlijke dood als gevolg heeft, moet de schouwarts worden ingelicht en een onderzoek doen. Daarbij zal de arts vooral kijken of de procedure correct is uitgevoerd. Pas daarna wordt het lichaam vrijgegeven en kan verdere afwikkeling, bijvoorbeeld opbaren en het regelen van de uitvaart, plaatsvinden.

Bij euthanasie wordt in veel gevallen de schouwarts al van te voren ingelicht door de huisarts. Hij/zij weet dan dat er euthanasie gaat plaatsvinden en kan dan snel ter plekke zijn om het lichaam te onderzoeken en daarna vrij te geven.

Lijkschouwing minderjarigen

Bij een minderjarig sterfgeval moet de schouwarts altijd eerst met de gemeentelijk lijkschouwer overleggen en bevestigen dat er sprake is van de dood en dat er een natuurlijke doodsoorzaak is. Pas dan mag er een verklaring van overlijden worden afgegeven.

Buitenland

Indien iemand in het buitenland overlijdt, kunnen de regels rondom de lijkschouwing afwijken van die in Nederland. Ook worden de kosten die komen kijken bij de lijkschouwing lang niet altijd vergoed door de zorg- of reisverzekeraar.

Vond u deze informatie nuttig?

Vertel ons waarom, en wat wij eventueel kunnen verbeteren