7 op de 10 regelt niets voor social media na overlijden

Koen Kuijper

70 procent van de Nederlanders heeft niets geregeld voor wat er met hun social media accounts moet gebeuren na overlijden. Bij jongvolwassenen (18 tot 30 jaar) is dit zelfs 85 procent. Dat blijkt uit eigen onderzoek van deze website onder 1085 Nederlanders, uitgevoerd door Panelwizard.

Social media account na overlijden: tips

Weinig bewust

Uit de cijfers blijkt dat de huidige generatie Nederlanders zich maar weinig bewust is van de aanzienlijke hoeveelheid gegevens die zij – na overlijden – achterlaten op het internet. Denk aan persoonlijke profielen, berichten, tweets, foto’s en video’s. Nabestaanden weten vaak niet wat zij hier mee aan moeten.

Het probleem speelt vooral bij Nederlanders onder de 60, blijkt uit het onderzoek. Ruim driekwart van hen heeft niets vastgelegd over wat er na overlijden met de sociale media accounts moet gebeuren, laat staan hoe de nabestaanden toegang krijgen tot de online profielen.

Handleiding nabestaanden

Gelukkig is het voor nabestaanden toch mogelijk om actie te ondernemen ten aanzien van het social media account van een overleden dierbare.

Bij diverse sociale media kan namelijk online een verzoek worden ingediend om een account een herdenkingsstatus mee te geven of om deze te verwijderen. De nabestaanden moeten dan wel bewijsstukken aanleveren, zoals een overlijdensakte en documenten waaruit blijkt dat u de wettelijke vertegenwoordiger bent.

Op deze site staat voor Facebook, Instagram, Linkedin, Twitter en Google een stappenplan hoe de social media accounts van overledenen verwijderd kunnen worden, zonder dat zij hier vooraf iets voor hebben vastgelegd.

Wensen vastleggen

Iets meer dan 23 procent van de Nederlanders heeft zijn/haar wensen met betrekking tot social media na overlijden kenbaar gemaakt en geregeld dat nabestaanden toegang kunnen krijgen tot de social media accounts na overlijden.

Dat gebeurt op één of meerdere manieren:

  • 20,3 procent van de Nederlanders heeft zijn partner, familie of een goede vriend verteld waar zij de inloggegevens van de social media accounts kunnen vinden, mocht dat ooit nodig zijn.
  • 1,3 procent heeft een social media testament of digitale kluis bij de notaris opgesteld. Daarin staan gegevens over de profielen en inloggegevens. Ook staat daar duidelijk beschreven wat er met de accounts moet gebeuren.
  • 2,7 procent heeft inactiviteitsvoorkeuren ingesteld voor de sociale media accounts, zodat nabestaanden na verloop van tijd automatisch toegang krijgen tot de nodige accounts.

Ouderen beter voorbereid

Ouderen (60+) hebben van alle Nederlanders het beste nagedacht over wat er met hun accounts moet gebeuren na overlijden. Meer dan 35 procent heeft iets geregeld voor zijn/haar digitale erfenis. Ruim 52 procent heeft echter (nog) niets geregeld en zo’n 12 procent maakt geen gebruik van sociale media.

Naast ouderen hebben ook laagopgeleiden bovengemiddeld vaak iets geregeld voor hun digitale voetafdruk na overlijden. 31 procent van de laagopgeleide Nederlanders heeft familie of vrienden op de hoogte gesteld of iets vastgelegd bij de notaris. Bij hoger opgeleiden is dit maar 16 procent.

Nabestaanden vaak opgezadeld met keuze

Nederlanders werden in het onderzoek ook gevraagd naar wat zij precies willen dat er met hun social media accounts gebeurt na overlijden. Daaruit bleek dat 40 procent wil dat al zijn of haar social media accounts helemaal worden verwijderd. Bij alleenstaanden en 50-plussers is dit zelfs 45 procent. 

Bij 29 procent van de Nederlanders mogen de nabestaanden beslissen wat er met de digitale erfenis gebeurt. Bij vrouwen geldt dit meer dan bij mannen.

Een saillant detail is dat 11 procent van de jongeren (18 tot 30 jaar) het liefst ziet dat hun social media accounts gewoon blijven bestaan, maar zonder dat er iemand op kan inloggen om iets te veranderen.

Over het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd door Panelwizard in opdracht van Uitvaartverzekering.nl onder 1.058 Nederlanders van 18 jaar en ouder.

Bij de selectie van de respondenten is rekening gehouden met een representatieve spreiding wat betreft geslacht, leeftijd, gezinssituatie, arbeidsparticipatie, opleiding en provincies.